Algemene tips: Zolang een kind niet zelfstandig kan lopen, zijn schoenen af te raden. De enkelbanden en -spieren van de voetjes kunnen zich beter ontwikkelen zonder schoenen. Beter is om slofjes aan te doen.
Als een kind eenmaal zelfstandig kan lopen, dan is het belangrijk dat de schoen van zeer buigzaam en ademend materiaal is.
Pasvorm is het allerbelangrijkste. Uit onderzoek is gebleken dat meer dan 60% van de kinderen slecht passende schoenen draagt.
Voetproblemen ontstaan vaak voor het 10e jaar als gevolg van niet passende schoenen. De voeten van kinderen bestaan grotendeels nog uit kraakbeen wat op die leeftijd zeer makkelijk vervormt, zodat schade ontstaat die later niet meer te herstellen is. Deze schade geeft pas later, op volwassen leeftijd, voet- en rugproblemen. Laat kinderen daarom nooit 2e hands schoenen dragen. Deze zijn al gevormd naar de voeten van de eerste drager. Een goede kinderschoen voldoet aan de volgende eisen:1. Heeft de juiste lengte: dwz heeft extra groeiruimte (tot 1½ cm) bij de tenen.
2. Heeft een goede sluiting om hiel en enkels met een sterk contrefort (hielsteun).
3. De spieren van de enkel moeten voldoende bewegingsvrijheid hebben.
4. De buitenenkel ligt vrij van de rand van de schacht van de schoen.
5. Heeft een ondersteunende binnenzool.
6. Heeft een lederen binnen- of tussenzool die het transpiratie vocht kan opnemen.
7. Heeft een aan maat en leeftijd aangepaste buigzaamheid. Kleinere maten moeten buigzamer zijn dan grotere maten.
|
|
Veel kinderen hebben knikvoeten. De voeten zakken dan naar binnen. Dit komt omdat de spieren en enkelbanden nog slap zijn. Dit herstelt zich in de loop der tijd vanzelf. Belangrijk is dat u schoenen aanschaft die de enkel niet teveel omsluiten. De spieren moeten voldoende bewegingsvrijheid hebben, om sterker te worden. Schoenen die teveel steun geven, maken de spieren en banden slapper.
Echter , is een kind ouder dan 7 jaar en heeft het nog steeds knikvoeten, dan is een bezoek aan de specialist aan te bevelen. Deze zal over het algemeen steunzolen adviseren.
Het is belangrijk om van tijd tot tijd te controleren of de schoenen niet te klein zijn. De voeten van de kinderen zijn zo flexibel dat ze zonder veel problemen schoenen kunnen verdragen die 2 maten te klein zijn, zonder dat een kind daarover klaagt.
Controleer de voeten regelmatig op irritaties en rode plekken. Deze kunnen erop duiden dat de schoenen te strak zitten. Controleer regelmatig of de teen tegen de neus drukt: door uw hand in de schoen te brengen, voelt u een afdruk van de teen in de zool. Bevindt deze afdruk zich tegen de neus van de schoen, dan is de schoen te klein. Een kind hoort tot 1½ cm groeiruimte te hebben.
Zet de voet op een stukje karton en teken de voetlengte af. Knip het uit en beoordeel of dit stuk ook in de schoen past. Sommige schoenenmerken hebben zelfs een verwijderbare binnenzool, waardoor u kunt zién of de schoen nog wel past.De groeicurve van kindervoeten:
|